Transfiguratie

Twee niet te stuiten levensbehoeftes bepalen voor een groot deel mijn leven.
Schilderen is de eerste: het toont verwantschappen met ademhalen, ik kan niet zonder, ik moet het iedere dag en als ik niet kan word ik onrustig
Observeren is een tweede, noodzakelijk in “mijn andere werk”, als palliatief verpleegkundige in de terminale zorg. Daarbij zijn kijken, intuïtie, kennis van zaken en het zogenaamd “fingerspitzengefühl” de onderdelen die het werk mooi, interessant en draaglijk maken.
In feite zijn de verwantschappen tussen deze twee meer voor de hand liggend dan je zou denken en ik combineer ze sinds een aantal jaren op een volstrekt bevredigende manier.

Wat ik observeer in de terminale zorg: de schoonheid van het sterven, de achterliggende existentiële angsten, het verdriet, de berusting, maar ook het geheim van een eindigend leven.
Als vormgever wil ik achter de façade kijken.
Het zogenaamde “kantelpunt”, dat specifieke onnoembare moment waarop de tijd stolt en het leven verandert, is mijn fascinatie.
Alles hangt daarmee samen in mijn schilderkunst: de huidlagen, de verborgen geschiedenissen maar ook het leven geven aan dat wat zielloos is om het vervolgens weer te kunnen laten sterven.
Dat proces, wat ik “transfiguratie” noem, komt bijvoorbeeld tot uiting in de serie “Dead Umbrella’s”. Verwaaide paraplu’s waarvan de gebroken baleinen worden vervangen door botten en het gescheurde en gekreukelde nylon een huid wordt.
De vervreemding die ons allen overvalt op het moment dat iemand overlijdt transponeer ik nu naar een abstractere vorm, die echter qua thematiek exact hetzelfde beoogt.

Als kunstenaar kijk ik nauwgezet en maak ik veel schetsen.
Eigenlijk schets ik mijn impulsen of impressies.
Schetsen is voor mij denken op papier.
Een logische verbintenis tussen de visuele cortex en mijn hand.
Laat het maar komen, niet eerst beredeneren.
De uitwerking ervan is een tweede en heel andere manier van verbeelden. Het leert mij mijn gedachten te visualiseren. Ik tracht de binnenkant zichtbaar te maken, letterlijk en figuurlijk. Ik kijk naar de vorm, de kleur en wat mensen uitstralen. Probeer te ontdekken wat ik niet -of niet direct- zie, om zo het niet-zichtbare zichtbaar te maken.
In 2014 maak ik dagelijks een "hidden selfie": het verborgen deel van mijzelf (of van de ander) wat niet op foto te vangen is en wat maar mondjesmaat naar buiten sijpelt.

Ofschoon een tweedimensionaal, plat vlak beperkingen kent is het voor mij een goede manier om mijn observaties vorm te geven.
Ik werk hoofdzakelijk met acrylverf, aangevuld met krijt, inkt, bister, gips en papier maché op doek, papier of paneel, in verschillende afmetingen.