Kleur, Vorm en wat daar tussen is, ....................

Om een beeld te schetsen over mijn huidige werk grijp ik eerst terug op het verleden. Mijn fascinatie tot het schilderen was (en is) grotendeels vanwege het aspect kleur. Door zelfonderzoek naar de materie kwam ik via, aquarel, acryl & latex, alkyd & autolakken en olieverf tot het werken met ei-tempera. Een oude schildertechniek waarbij ik het zelf vervaardigen van het medium onderdeel ben gaan vinden van mijn werk.

Aanvankelijk was mijn autodidactische weg er één van uiteenlopende richtingen. Vooral ingegeven door stromingen en specifieke schilders die mij de eerste jaren sterk gestimuleerd hebben. Beeldende kunst, met name het abstract, sprak mij al op jonge leeftijd aan.

Door het bijeen brengen van mijn monochrome schilderijen gaat het om esthetiek.
Om dit nog dichter te benaderen gaat mijn voorkeur uit naar het vierkant omdat ik die vorm als een balans ervaar.

Die esthetische beleving waar ik op doel is het in eerste instantie geraakt worden door wat de directe kleurbeleving met je doet. In tweede instantie de vraagstelling die het werk kan oproepen. Het waarom, en waarom nu nog.

Het monochrome doek zoals ik dat maak is niet een steriel vlak. Door de verschillende manieren van de verf aanbrengen en bewerken is er structuur, beweging en/of kleurnuance. En ook het verschil in mat en glanzend.

Mijn werk is niet, zoals bijvoorbeeld de NUL-beweging of de ZERO-groepering eerder deden, een antwoord op, of appelleren aan eerdere stromingen binnen de beeldende kunst. Mijn gedachten heb ik wel omtrent de toevoeging van mijn werk binnen het gegeven van vernieuwing binnen de discipline beeldende kunst.

Mijn gedachte dienaangaande is als volgt: ontwikkeling is datgene wat vanuit cyclische beweging op een hoger niveau kan komen. Dit in tegenstelling tot de lineaire ontwikkeling die ik zie als een afwikkeling in een eendimensionale richting, die wel iets toont, maar zonder verdieping.

Met mijn werk vraag ik in zekere zin ook aandacht voor het ambachtelijke aspect van schilderen. Maar ook dat schoonheid, hoezeer dit een allerindividueelst nastreven is, nog steeds een fenomeen is. In hoeverre mijn monochrome werken de kunstkritiek kunnen doorstaan vanuit de optiek van degene die ‘ onbeperkte vooruitgang ‘ voorstaan, is voor mij minder relevant. Niet als excuus maar juist waar het spectrum Kunst/Beeldende Kunst steeds verder uitbreid qua disciplines en opvattingen. Voor mij is het een kwestie om uit te komen voor datgene waar ik achter sta.