De versplinterde werkelijkheid

De schilderijen die ik maak bestaan uit gradaties van slechts één kleurolieverf: Pruisisch blauw. Gemengd met Titaan wit maak ik daarmee alle toonaarden van diepdonker blauw tot bijna spierwit. Deze zelfopgelegde beperking heeft tot doel de samenhang van de verschillende vormen binnen een schilderij te versterken en het werk een minder anekdotisch en meer in zichzelf besloten karakter te verlenen.
Binnen deze beperking van kleur schilder ik een woekering van vlekken op het doek, die de vorm aannemen van ingestorte huizen, vliegtuigwrakken, röntgenfoto’s, enzovoorts.

De kleur (Pruisisch blauw) is helder, diep en legt, met wit gemend, een mooi licht-donker verloop over de vormen die ik schilder. Het is een kleur voor bevroren momenten en zo wil ik dat mijn schilderijen eruitzien. Op een goed schilderij gebeurt weinig. Het drama concentreert zich in de verf. Schilderen is een stille kunst; er is geen geluid, geen beweging, geen tijdsverloop.

Voor mijn werk gebruik ik foto’s die ik projecteer en met een potlood overtrek op doek. Na deze eerste opzet werk ik met behulp van olieverf de vormen uit, uitgaande van de duidelijkste contouren. Van de ene naar de andere contour vul ik het doek met vlekken van verschillende helderheid. De vaak uiterst vage licht-donker overgangen staan op gespannen voet met de concrete toon van de verf die zoekt naar duidelijke omlijningen..

Alhoewel ik foto’s gebruik en naschilder, beschouw ik mijzelf niet als een fotorealist omdat ik in eerste instantie veel meer geïnteresseerd ben in de chaos van abstracte vormen (op de foto) die zich opdringt en die ik beschouw als verfvlekken die vooral naar zichzelf verwijzen.

In mijn werk onderscheid ik een drietal thema’s:

De “Ruïnes” (ingestorte gebouwen, vliegtuigwrakken en dergelijke). Wat me interesseert is de versplintering van een herkenbare vorm tot iets abstracts. Een foto van een puinhoop of een kubistisch schilderij maken ongeveer hetzelfde duidelijk, namelijk dat figuratie nooit anders is dan een zekere mate van herkenbaarheid. De verfvlekken die ik schilder voegen zich samen tot een herkenbaar beeld in het oog van de toeschouwer, terwijl versplintering en fragmentatie aan de basis staan van hun wording.
De plotseling naar voren springende herkenbare elementen (een vliegtuigstoel, een fiets, een piano, een bot) bevestigen juist die abstrahering door versplintering

De “X-rays” weerspiegelen mijn interesse in de technieken die gebruikt worden om schilderijen te onderzoeken, zoals bijvoorbeeld het gebruik van röntgenstraling om onderlagen zichtbaar te maken. In mijn werk is de röntgenafbeelding de bovenste (zichtbare) laag van het doek, en speel ik met de mogelijkheid dat er nog oudere lagen onder zitten die alleen röntgenonderzoek aan het licht kan brengen.
Ook speelt hier weer mijn fascinatie met abstracte vormen die hun basis hebben in de ons omringende werkelijkheid en die een beeld weergeven van (een) realiteit die niet direct kenbaar is.

Dat geldt nog meer voor de “Nano-opnames”. Deze serie is gebaseerd op elektronenmicroscoop foto’s van chemische elementen, die voorkomen in de olieverf waarmee ik schilder, zoals bijvoorbeeld kaliumhexacyanoferraat, ijzeroxide of titaandioxide.
De, voor het blote oog onzichtbare, grillige vormen van deze elementen zijn dus niet alleen het onderwerp van het schilderij, maar ook de bouwstenen ervan.
In feite zou je, heel diep inzoomend in de verf de afbeelding op het doek nog een keer kunnen waarnemen.