“Schapen bij Lagnes”. De titel van een schilderij. Huizen van een Frans dorp op een heuvel in gedempte blauwtinten met daarvoor in gebroken wit en bruinen een kudde schapen. Ik verwonder me zoals altijd hoe de schilder, René Polak (24 sept. 1949 te Den Haag), sferen weet op te roepen. Hij groeide op in een kunstzinnige omgeving en studeerde in 1982 in zijn geboortestad af aan de Koninklijke Akademie Voor Beeldende Kunsten.
Polak’s vader schilderde zelf ook en was goed bevriend met de familie van de bekende Haagse kunstschilder Kees Andréa. René genoot dan ook een jeugd doorspekt met vakanties in Frankrijk samen met de familie van “Oom Kees”. “Le Lubéron”, “Le Plateau de Langres”, “Spaanse uil”, “La Vuelta de España” en “La Vuelta de Táchira’. “Rotganzen”. Landschappen in Frankrijk, Spanje, Zuid-Amerika of gewoon Nederland. En niet te vergeten “Meneer de Bruin”, de trouwe hond in een karretje achter de fiets waarop Polak in zijn tienerjaren en ook veel daarna door deze landschappen reisde. Behalve per fiets reisde Polak steeds meer als vrachtwagenchauffeur door Europa. Wellicht heeft het turen over de snelwegen van Europa zijn manier van kijken beïnvloed. Kijken om te zien werd kijken om te observeren. Observatie zonder oordeel. Het ultieme vrije kijken. De titels van zijn schilderijen laten ons in het ongewisse over de manier waarop Polak deze wereld beziet. Het is de slimme eenvoud van zijn composities en de objecten die hij daarin afbeeldt die zijn werk een rustige uitstraling geven. Een uil die in een uitgestrekt landschap op klaarlichte dag vlakvoor zijn vrachtauto het asfalt kruist. De besneeuwde heuvels van het Plateau de Langres. Vier zilvermeeuwen op een rij waarbij de door Polak gekozen grijzen je doen voelen wat voor weer het is. Meneer de Bruin die zwemt in water waarin de kijker ter verkoeling zijn hand zou willen steken. Rijen wijnranken bij de Lubéron die zich als een waaier openen omdat je vanuit een rijdende auto kijkt. Of hij nu de stieren in de Mezquita van Córdoba schildert, of wielrenners in de jungle van Venezuela. De alledaagse dingen worden door Polak uit hun gewoonheid gelicht. Hij laat je opnieuw kijken. Boven mijn werktafel hangt een schilderij (de titel zijn we vergeten) dat ik ooit van hem gekocht heb. Een landschap met blauwe bergen en okergele graanvelden, een boom met in de schaduw daarvan twee zwarte vogels op een stenig pad dat zich naar de horizon slingert. Prominent op de voorgrond een boomstronk met daarop een derde vogel, die langs me heen kijkt de wereld in naar iets wat ik niet kan zien. Door de ogen van de vogel brengt Polak zijn magie mijn huis in.

M. te Altehuysden