Portfolio rubrieken
6
Krystyna Ziach
Space of Imagination, foto's en fotosculpturen van Krystyna Ziach (Dutch)
tekst: Hans Rooseboom, 2014, conservator fotografie van het Rijksmuseum Amsterdam
uit het boek Krystyna Ziach / Space of Imagination, Waanders & De Kunst, NL, 2015

Krystyna Ziach is zo'n fotograaf die voortdurend beelden waarneemt in de omgeving waar ze op dat moment is. Zo'n fotograaf die de foto al op haar netvlies 'gezien' heeft nog voordat de opname daadwerkelijk gemaakt is. Zo'n fotograaf die andere betekenissen in voorwerpen ziet dan anderen. Neem de foto 'Imperial Gardens I', die deel uitmaakt van haar in 2002-2003 gemaakte serie 'Infinity'. We zien de horizontaal gegroeide, lange takken van een aantal bomen die ondersteund worden door palen. Het zijn net kariatiden, vrouwenbeelden die in de oudheid gebruikt werden als pilaren. Decoratieve dragers dus. In al hun kale eenvoud zijn die palen een stuk minder opvallend, elegant of eerbiedwaardig dan de boomtakken die ze ondersteunen, maar Ziach heeft ze op haar foto zó in beeld gebracht dat ze opeens evenveel aandacht trekken. Eindelijk. Door hun kaarsrechte verticale positie contrasteren ze met de horizontaal lopende boomtakken. Ze mogen dan weliswaar – letterlijk – een volstrekt dienende, ondergeschikte, ondersteunende functie hebben, voor één keer zijn ze gelijkwaardig. Het typeert Ziachs geestelijke wendbaarheid en visuele vermogens dat ze dit niet alleen ziet, maar ook overtuigend verbeeldt.
Krystyna Ziach heeft zich niet al vanaf het begin aan de fotografie gewijd. Ze volgde tussen 1974 en 1979 een opleiding tot beeldhouwer aan de Academie van Beeldende Kunsten in Krakau, de stad waar ze in 1953 was geboren. Ze vervolgde haar opleiding in Nederland, aan de in Enschede gevestigde Academie van Beeldende Kunsten AKI. Die academie had een goede reputatie als het ging om het opleiden van fotografen met artistieke gaven. Daar 'bekeerde' Ziach zich tot fotografie en video. Ze heeft die twee media sindsdien met veel succes beoefend. Ze heeft daarbij echter haar achtergrond als beeldhouwster nooit verloochend. Zoals ze zelf eens zei, heeft haar opleiding tot beeldhouwer haar manier van kijken gevormd. Zelfs nadat ze zich ging toeleggen op fotografie, is zij altijd als beeldhouwer blijven kijken naar de werkelijkheid. Ook dát blijkt uit een foto als 'Imperial Gardens I'. De beelden die ze waarneemt nog voordat ze die tot een kunstwerk heeft getransformeerd, zijn niet alleen fotografische beelden (afbeeldingen), maar ook beeldhouwwerken. De kariatide-achtige palen doen door hun strenge eenvoud denken aan moderne beeldhouwkunst. In het oeuvre dat Ziach sinds de vroege jaren '80 opbouwde, heeft ze verschillende foto's gemaakt die niet alleen haar vertrouwdheid met de beeldhouwkunst verraden, maar ook die met andere kunstvormen. Een geschilderd drieluik van Francis Bacon, een prent van Albrecht Dürer, het zwarte kruis van Kazimir Malevitsj: alle fungeerden als inspiratiebron. In haar atelier speelde ze een geraffineerd spel van naakte figuren in een geschilderd decor. In een aantal van die foto's maakte ze gebruik van een spiegel, zoals in 'Odalisque' en 'Irrational Space', beide uit 1989. De spiegel is in de kunst – en inmiddels ook in de fotografie – een klassiek motief. Ze is bovendien een klassiek middel om het spel te verbeelden tussen twee en drie dimensies, tussen een ander zien of jezelf, tussen geschilderd en fotografisch, echt en onecht, direct of gespiegeld. De in 1989 gemaakte fotowerken 'Odalisque' en 'Irrational Space' kunnen gezien worden als de opmaat tot een nieuwe fase in Ziachs werk. In de jaren '90 keerde de beeldhouwkunst namelijk weer terug in haar werk. Ze ging foto's onderdeel maken van driedimensionale objecten. In werken als 'Infinity' (1991) en 'Illumination' (1992) zien we opnieuw het spiegelmotief, maar dan nu niet als onderdeel van een foto, dus van een tweedimensionaal voorwerp, maar als onderdeel van een driedimensionaal sculpturaal werk. Fotografie is een 'ingrediënt' van de werken die ze vanaf de vroege jaren '90 begon te maken. Zelf typeerde ze deze nieuwe werken als fotosculpturen die opgenomen zijn in monumentale ruimtelijke installaties. Geen foto's van sculpturen dus, maar foto's die zelf sculpturen zijn of er in ieder geval deel van uitmaken. De fotografische beelden gingen een wisselwerking aan met de geometrische vorm van hun lijsten en – zoals dat nou eenmaal gaat in beeldhouwkunst – met de omgeving. Waar ze spiegels gebruikte, zoals in 'Infinity' en 'The Curtain of Pleasure' (1992), wordt die wisselwerking natuurlijk nog versterkt. Dan bepaalt de omgeving mede hoe een fotosculptuur eruit ziet. Een driehoek kan zich op verschillende manieren manifesteren: een spiegel ('Infinity') of een foto ('Illumination') bevattend of ze kan tot twee dimensies zijn teruggebracht ('Odalisque' en 'Irrational Space'). Krystyna Ziach laat zien hoe vruchtbaar de kruisbestuiving tussen verschillende media kan zijn. Media die heel lang strikt gescheiden werden gehanteerd, en eigen status, effect en bereik hadden. Prent- en schilderkunst zijn twee oude, vertrouwde, gerenommeerde kunstvormen, die al eeuwen lang een hoge positie bekleden in de hiërarchie van kunsttechnieken. De beeldhouwkunst heeft wat langer moeten wachten op die onverdeelde erkenning, terwijl fotografie pas relatief recent, zeg vijftig jaar geleden, voor het eerst door de kunstwereld werd omarmd. Toen was de fotograaf niet langer slechts de leverancier van wat 'plaatjes', maar werd fotografie beschouwd als een middel of techniek met serieuze artistieke mogelijkheden. Vanaf de jaren '60 hebben vele kunstenaars zich ook aan de fotografie 'gewaagd'. Soms bleef het bij een korte flirt, soms groeide dat uit tot een langdurige, hechte verbintenis. Gevolg was dat op kunstacademies de fotografie ook een steeds belangrijker rol ging spelen. De AKI, waar Krystyna Ziach haar opleiding voltooide, is er slechts één voorbeeld van. In de tijd dat zij er studeerde, was het geen gotspe meer om met fotografie (en video) kunst te willen maken. Het werk overziende dat Krystyna Ziach vanaf de jaren '80 gemaakt heeft, kan worden vastgesteld dat ze haar eerste liefde, de beeldhouwkunst, niet verloochend heeft, maar integendeel het huwelijk van fotografie en beeldhouwkunst mede naderbij heeft gebracht. In veel van haar werken kan de een niet zonder de ander. Toen Ziach zich aan de fotografie ging wijden, begon ze relatief bescheiden, met werken die onmiskenbaar vóór alles foto's waren, hoezeer ze ook speelde met diepte en ondiepte en hoezeer ze ook geïnspireerd werd door schilder-, graveer- en beeldhouwkunst. Nadat ze vervolgens in de jaren '90 de genoemde fotosculpturen ging maken, waar fotografie en beeldhouwkunst een gelijkwaardige rol speelden, heeft ze vanaf circa 2000 een aantal werken gemaakt die weer vóór alles foto's zijn, afbeeldingen in een plat vlak. Het sculpturale element erin is echter onmiskenbaar. Zelf spreekt ze over sculpturen die ze ontdekt (ziet) in cultuur, natuur en industrie. 'Imperial Gardens I' is één voorbeeld. In 2013 keerde ze naar die foto terug en maakte ze er een tweeluik van. Op het rechterdeel is opeens een vrouwsfiguur verschenen die niets anders dan een kariatide kan zijn: met haar armen geheven ondersteunt ze (schijnbaar) een van de boomtakken. Mens, natuur en cultuur zijn er één geworden, fotografie en beeldhouwkunst eveneens.