Portfolio rubrieken
Marieke Verkerke
Zielehuid

Lopend naar zee is net zover als met de auto. Toen de duisternis inviel, stapte ik in. Het regende niet langer.
Op de avond van deze dag, die was uitgeroepen tot eentje van de vrouw, werd ik door een politiekordon aangehouden om te blazen.
'Denken jullie dat ik genoeg adem heb om in zee te gaan?' vroeg ik.
Het kastje klapte bijna. Het blaaspijpje mocht ik houden. Ik gaf gas.
'Ik heb nog nooit een blaaspijpje mee gekregen,' zei iemand naast mij.
Hij lachte hardop. Ik herkende hem toen ik in zijn ogen keek.
Blijkbaar was hij ook ingestapt. Geen idee waar en wanneer.
'Ik zie niet goed in het donker, hoor,' zei ik voor de zekerheid.
'Nooit was ik met je meegegaan als ik je niet vertrouwde,' antwoordde hij,
'en de dag van de vrouw, dat hebben mannen bedacht, om maar één dag van het jaar aan haar toe te kennen.'
Hij kletste de hele weg. Totdat we aankwamen bij het strand. Het werd koud en stil.
De winter was nog niet voorbij. De maan nog niet vol.
Mijn blote voeten raakten het zand, dat wel van zilver leek. Ik liet een spoor na tot aan de golven. Het zijne was anders. Onze nieuwe sporen verdwenen in zee.
Driemaal dook ik onder. Toen ik hem aanraakte voelde ik zijn huid. Die was ook anders.
'Ik heb thee en taart voor onderweg,' zei ik.
Hij legde een hand tegen mijn wang.
'En jij mag best zwaarder worden.'
Deze keer stapten we tegelijkertijd in. Een eind verderop verdween hij weer. Maar niet voorgoed.
Het zand droogde op aan mijn voeten. Mijn haren smaakten zout.
Nu ben ik van elke dag een vrouw. En zwaarder bovendien, van het luchtige soort.

2017
uit: Beeld verhaaltjes
ISBN 9789082401349