Portfolio rubrieken
5
Marieke Verkerke
Als op een dijk met kaplaarzen.

Boven op de dijk liepen twee mensen op kaplaarzen, de een voor de ander.
Of nee, het is juister om te zeggen: boven op de dijk liepen drie mensen, de een voor de ander voor de andere ander.
De andere ander zonder kaplaarzen.
Het gaat als vanzelf dat ik zonder kaplaarzen op mensen in loop die ze wel dragen. Zo begon ik flarden van een gesprek tussen de een en de ander op te vangen.
Dat zijn jouw woorden, werd er geroepen.
Nee, dat zijn jouw woorden, werd er terug geroepen. Jouw woorden! Nee, jouw woorden!
Voorlopig was er geen einde in zicht.
Wie was als eerste begonnen met de woorden van de ander danwel van de een?
Misschien wanen achter elkaar lopende mensen met kaplaarzen zich alleen op een dijk wanneer ze in een dergelijk vraagstuk verwikkeld zijn.
Zacht zei ik ‘sorry’, bij het passeren.
De een zweeg verschrikt en de ander zei nog meer verschrikt ‘sorry!’.
Dat is mijn woord, wilde ik roepen.
Maar ik twijfelde of je een woord wel kan bezitten.
Niemand sprak meer op de dijk.
En de zon hervatte zijn klim naar de hemel. En de hemel begon de sterren weer te bedekken. En het heelal zette het uitdijen nog eens geruisloos voort.